Costa Rica is niet alleen beroemd om zijn regenwouden — ook onder water gebeurt er van alles. Aan de Pacifische kant zwemmen bultrugwalvissen en dolfijnen door warme, kalme baaien zoals de Golfo Dulce, een van de weinige tropische fjorden ter wereld. Aan beide kusten komen zeeschildpadden aan land om te nestelen, en rond eilanden als Isla del Caño, de Catalinas en Isla del Coco vind je een levendige onderwaterwereld vol rifvissen, roggen en haaien. Op deze pagina vind je een overzicht van het belangrijkste zeeleven van Costa Rica, met per onderwerp waar en wanneer je de beste kans hebt om het te spotten.
Inhoud
Walvissen
Dolfijnen
Mantaroggen en roggen
Zeeschildpadden
Zeekoeien
Onderwaterleven: riffen, roggen en haaien
Mangroves en kustecosystemen
Strandleven
Waar zie je het beste zeeleven in Costa Rica?
Welk zeeleven leeft er in Costa Rica?
Walvissen
Costa Rica is een van de weinige plekken ter wereld waar je bultrugwalvissen (Megaptera novaeangliae) kunt zien vanuit twee volledig verschillende populaties: van december t/m maart komt de migratie vanuit Canada en de westkust van de VS, van juli t/m oktober vanuit Antarctica — de langste bekende trekroute van alle zoogdieren. Dankzij deze twee overlappende periodes heeft Costa Rica een van de langste walvisseizoenen ter wereld.
Het Nationaal Park Marino Ballena bij Uvita geldt als de beste plek langs de Pacifische kust, maar ook Isla del Caño, Drake Bay en de Golfo Dulce zijn goede opties. De Golfo Dulce fungeert bovendien als kraamkamer waar moederwalvissen hun jongen krijgen. Walvissen zijn alleen aan de Pacifische kust te zien, niet aan de Caribische kant.
Lees alles over seizoenen, spotgebieden en tours in Walvissen spotten in Costa Rica: alles over de bultrugwalvis en de beste tijd om te gaan


Dolfijnen
Waar walvissen migranten zijn, zijn dolfijnen in Costa Rica het hele jaar aanwezig — ze zijn hier “resident”. De twee soorten die je het vaakst ziet zijn de tuimelaar (Tursiops truncatus) en de gevlekte dolfijn (Stenella attenuata), vaak in groepen van enkele tot enkele tientallen dieren. Beide soorten zijn het hele jaar door te vinden in zowel kust- als oceanische wateren.
Met wat geluk kom je ook andere soorten tegen, zoals de valse zwaardwalvis (Pseudorca crassidens), ruwtanddolfijn (Steno bredanensis), orka (Orcinus orca) en de Bryde’s walvis (Balaenoptera edeni) — deze worden op verschillende plekken langs de Pacifische kust gespot. De spinnerdolfijn (Stenella longirostris) en gewone dolfijn (Delphinus delphis) worden vooral gezien in de kustwateren van het Osa-schiereiland en Nicoya.
De Golfo Dulce, met zijn kalme, warme water, is een bijzonder rijk leefgebied waar naar schatting meerdere dolfijnsoorten voorkomen naast walvissen en haaien.
Goede plekken om dolfijnen te spotten:
- Pacifische kust — Samara, Uvita, Isla del Caño en de Golfo Dulce (vanuit Puerto Jiménez of Drake Bay)
- Caribische kust — Manzanillo en Gandoca
Dolfijnen zwemmen regelmatig mee met walvis- en snorkeltochten, dus ook zonder speciale dolfijnentour is de kans op een ontmoeting goed. Voeren, zwemmen en duiken met walvissen en dolfijnen is in de kustwateren van Costa Rica ten strengste verboden
Mantaroggen en roggen
Manta’s behoren tot de roggengroep en zijn herkenbaar aan hun grote, ruitvormige lichaam en brede borstvinnen. Voor de kust van Costa Rica komen twee soorten voor: de rifmanta (Manta alfredi) en de reuzenmanta (Manta birostris).
Manta’s verschillen op verschillende punten van veel andere roggen. Ze zwemmen meestal vrij door de waterkolom in plaats van over de zeebodem en voeden zich voornamelijk door plankton uit het water te filteren. Andere roggen zoeken vaak voedsel op of vlak boven de zeebodem en eten onder meer schaaldieren, weekdieren en kleine vissen.
Ook de lichaamsbouw verschilt. Manta’s hebben grote borstvinnen die als vleugels aan hun lichaam vastzitten en een brede mond aan de onderzijde. Hierdoor kunnen ze tijdens het zwemmen plankton uit het water filteren. In tegenstelling tot veel andere roggen hebben manta’s geen giftige stekel.
Aan de Pacifische kust van Costa Rica kun je tijdens boottochten, snorkeltrips en duiken op manta’s stuiten. De Catalina-eilanden, Isla del Caño en Golfo Dulce behoren tot de plekken waar je naar deze indrukwekkende roggen kunt zoeken.
Waar te spotten
Mantaroggen komen voor in tropische en subtropische wateren wereldwijd en volgen vaak het plankton, waardoor ze flinke afstanden afleggen. In Costa Rica maak je de beste kans tijdens duiktochten bij:
- Islas Catalinas
- Islas Murciélago (Guanacaste)
- Isla del Caño (zuidelijke Pacifische kust)
Zeeschildpadden
Costa Rica wordt bezocht door vijf soorten zeeschildpadden, die op stranden aan beide kusten hun eieren komen leggen. Elke soort heeft zijn eigen seizoen, kust en verspreidingsgebied:
| Schildpad | IUCN-status | Waar te zien | Nestelperiode |
|---|---|---|---|
| Olive Ridley | Kwetsbaar | Pacifische kust (o.a. Ostional) | Hele jaar, piek sept–okt (arribadas) |
| Green Turtle | Niet bedreigd | Caribische kust (vooral Tortuguero) en Pacific | Caribisch: juni–okt / Pacific: hele jaar |
| Leatherback | Kwetsbaar | Beide kusten | Pacific: sept–maart / Caribisch: feb–jun |
| Loggerhead | Kwetsbaar | Alleen Caribische kust | Mei–aug |
| Hawksbill | Ernstig bedreigd | Beide kusten | Caribisch: mei–nov / Pacific: mei–jan |
De Olive Ridley is wereldwijd de meest voorkomende zeeschildpad en bekend van de massale arribadas: duizenden schildpadden die vlak voor nieuwe maan tegelijk aan land komen, vooral bij Playa Ostional. De Green Turtle nestelt in indrukwekkende aantallen in Tortuguero — een van de belangrijkste nestelplekken ter wereld — maar ook, in een kleinere donkerdere variant, aan de Pacifische kust. De Leatherback is de grootste zeeschildpad ter wereld, herkenbaar aan haar zachte, leerachtige schild. De Loggerhead is uniek voor Costa Rica omdat ze uitsluitend aan de Caribische kant nestelt, te herkennen aan haar opvallend grote, driehoekige kop. De Hawksbill, met haar prachtig gemarmerde schild, is helaas ook de meest bejaagde soort en staat als ernstig bedreigd te boek. Een aparte blog over de schildpadsoorten volgt.
Al meer te lezen: de arribada en de schildpadden bij Ostional en schildpadden zien in Tortuguero.


Zeekoeien
Naast walvissen, dolfijnen en zeeschildpadden herbergt Costa Rica ook de Caribische zeekoe (Trichechus manatus), een rustig en schuw zoogdier dat je uitsluitend aan de Caribische kant tegenkomt — in kustwateren, lagunes, estuaria en de kanalen van de regio. Er zijn drie gebieden waar de soort wordt waargenomen: de noordelijke grensstreek bij de monding van de Río San Juan en de kanalen van Barra del Colorado, de kanalen van Tortuguero in het gelijknamige nationaal park, en het zuiden, waar de zeekoe een beperkt verspreidingsgebied heeft rond de Río Sixaola, de Río Carbón en de Laguna de Gandoca. Ook voor de kust van Limón worden af en toe zeekoeien gespot.
Een zeekoe heeft een gedrongen lichaam zonder rugvin, een relatief kleine kop en een ronde staart, en is meestal grijs van kleur — soms bruinachtig of wittig. Volwassen mannetjes worden tot 3,7 meter lang, vrouwtjes tot 4,1 meter, met een gewicht van gemiddeld zo’n 1.400 kilo. Meestal zwemmen ze alleen of als moeder-en-jong-paar, al worden soms groepjes mannetjes gezien die een vrouwtje volgen. Zeekoeien zijn planteneters: ze grazen 6 tot 8 uur per dag op waterplanten en brengen zelden een vis naar binnen.
Doordat ze in troebel water leven en zelden hun rug of staart boven water laten zien, zijn zeekoeien lastig te fotograferen of individueel te herkennen — een reden waarom ze in Costa Rica relatief weinig onderzocht zijn vergeleken met walvissen en dolfijnen. De soort staat wereldwijd te boek als kwetsbaar, met bedreigingen als landbouwgif uit de banaan- en ananasteelt, illegale jacht, habitatverlies, aanvaringen met boten, verstrikking in visnetten en het inslikken van plastic.
Wist je dat… de zeekoe één van de nationale symbolen van Costa Rica is?

Onderwaterleven: riffen, roggen en haaien
Costa Rica staat niet bekend als klassieke koraal-bestemming zoals bijvoorbeeld de Caraïben verderop, maar rond een aantal specifieke plekken is het onderwaterleven verrassend rijk:
- Isla del Caño (vanaf Drake Bay) — helder water met kleurrijk koraal, tropische vissen, schildpadden en met een beetje geluk haaien en manta’s.
- Bat Islands en de Catalinas (bij Guanacaste/Playas del Coco) — bekend duikgebied waar je regelmatig bull sharks en manta’s tegenkomt.
- Golfo Dulce — een tropische fjord die geldt als belangrijk gebied voor de hamerhaai (scalloped hammerhead), die hier jaarlijks naartoe komt om zich voort te planten.
- Isla del Coco — verder van de kust en alleen bereikbaar per liveaboard-duikboot, maar wereldberoemd om zijn grote scholen hamerhaaien en walvishaaien.
- Cahuita National Park (Caribische kust) — het best ontwikkelde koraalrif aan deze kant van het land, met rifvissen, roggen en af en toe een haai.
Isla del Caño
Voor de kust van Drake Bay ligt Isla del Caño, een biologisch reservaat van zo’n 320 hectare land en bijna 5.800 hectare zee. Het eiland herbergt vijf koraalplateaus die tot de meest uitgestrekte en gezonde van de Pacifische kust van Costa Rica behoren. Onder water is het reservaat een vaste stek voor zeeschildpadden, mantaroggen, stekelroggen en duivelsroggen, en kom je regelmatig murenes, barracuda’s, witpuntrifhaaien, tuimelaars en gevlekte dolfijnen tegen — in totaal zijn er meer dan 70 soorten inheems zeeleven geregistreerd. Tussen juli en oktober trekken bultrugwalvissen vanuit het zuidelijk halfrond hierlangs op weg naar de warme baaien verderop, terwijl de noordelijke populatie rond december arriveert; met wat geluk zie je ook Bryde’s walvissen of griendwalvissen (pilot whales). Omdat het een beschermd reservaat is, is het aantal duikers per dag gelimiteerd en mag er niets — levend of dood — worden meegenomen. Isla del Caño is te bereiken vanuit Drake Bay, Uvita of Sierpe.
Wil je weten hoe zo’n snorkeltrip er in de praktijk uitziet? Lees het verslag van snorkelen bij Isla del Caño vanuit Uvita.
Isla del Coco
Zo’n 535 kilometer uit de kust, ver voorbij Isla del Caño, ligt Isla del Coco: een afgelegen nationaal park dat sinds 1997 Werelderfgoed van de UNESCO is en geldt als een van de tien beste duikbestemmingen ter wereld. In Costa Rica zijn bijna 4.700 mariene soorten geregistreerd, waarvan 16% uitsluitend bij Isla del Coco is waargenomen — met in totaal 45 endemische mariene soorten, goed voor bijna de helft van al het endemisme van het land. Het eiland is wereldberoemd om zijn grote scholen hamerhaaien, en duikers treffen er ook witpunt- en zwartpuntrifhaaien, zijdehaaien, tijgerhaaien, reuzenmanta’s, walvishaaien, dolfijnen en — met veel geluk — orka’s. Het duikseizoen loopt het hele jaar door: van juni tot december (regenseizoen) brengen planktonbloeien de hamerhaaien en manta’s dichterbij, terwijl de droge periode van december tot mei rustiger water en een zicht tot 30 meter biedt. Isla del Coco is alleen bereikbaar per liveaboard-duikboot vanuit Puntarenas, een overtocht van ongeveer 36 uur.
Bat Islands (Islas Murciélago)
De Murciélago-archipel, anderhalf uur varen vanaf Playas del Coco en onderdeel van Nationaal Park Santa Rosa, is met zijn beschermde zeegebied van ruim 22.000 hectare een van de weinige plekken ter wereld waar je veilig met bull sharks kunt duiken. De duikstek “The Big Scare”, op een pinnacle aan het westelijke puntje van de archipel, is hierom wereldberoemd: vrouwtjes bull sharks verzamelen zich hier voor de voortplanting. Reuzenmanta’s zijn het hele jaar aanwezig, met pieken op bepaalde verzamelplekken, en bull shark-duiken worden doorgaans alleen aangeboden van juni tot oktober, wanneer de zee kalm en windstil is.
Islas Catalinas
Iets dichter bij de kust, veertig minuten varen vanaf Playas del Coco, liggen de onbewoonde Catalinas — een archipel van rotseilandjes die tot de beste plekken ter wereld behoort om reuzenmanta’s te spotten, met een spanwijdte tot 5 meter. Het mantaseizoen loopt van november tot april. Naast manta’s kom je hier ook andere roggensoorten tegen, zoals adelaarsroggen en duivelsroggen, grote scholen tropische vis, murenes en witpuntrifhaaien, en met een beetje geluk zelfs bultrugwalvissen, walvishaaien, tijgerhaaien of orka’s.
Golfo Dulce
Golfo Dulce, een van de weinige tropische fjorden ter wereld naast het Osa-schiereiland, combineert onaangetast regenwoud met uitzonderlijk rijk zeeleven en geldt als beschermd gebied voor zowel hamerhaaien als walvissen. De diepe, voedselrijke wateren vormen een ontmoetingsplek voor walvismigraties uit beide halfronden en bieden het hele jaar door dolfijnen, walvishaaien, zeeschildpadden en roggen. Rond de baai liggen beschermde gebieden zoals Nationaal Park Piedras Blancas, waar regenwoud en zee in elkaar overlopen.
Cahuita en de Caribische kust
Aan de Caribische kant is het onderwaterleven minder uitbundig dan aan de Pacifische kust, maar zeker de moeite waard — en heeft als extra charme dat je hier kunt snorkelen vlak naast het regenwoud. Nationaal Park Cahuita beschermt het best ontwikkelde en gezondste koraalrif van de Caribische kust van Costa Rica, met 31 geregistreerde koraalsoorten en 90 vissoorten. Tijdens een snorkeltour kom je onder meer gekleurde rifvissen, een enkele haai en een rog tegen; met wat geluk zie je ook adelaarsroggen of mantaroggen, en dolfijnen en zeekoeien voor de kust. De zeegrasvelden in het park vormen bovendien een belangrijk foerageergebied voor zeekoeien. Ook zeeschildpadden — waaronder de lederschildpad en de groene zeeschildpad — leggen hier hun eieren op de stranden. Verderop richting de grens met Panama liggen Manzanillo en Gandoca, waar je het hele jaar door goede kans hebt op dolfijnen.
Lees meer over het snorkelen in Cahuita in Wat te doen vanuit Puerto Viejo de Talamanca


Mangroves en kustecosystemen
Mangroves zijn onmisbaar voor het zeeleven van Costa Rica. De wortelstelsels dienen als kraamkamer voor jonge vissen, krabben en garnalen, en bieden bescherming aan onder meer kleine haaien en roggen voordat ze de open zee opzoeken. Twee gebieden springen eruit: de Golfo Dulce, omringd door beschermd regenwoud en een van de rijkste zeegebieden van het land, en Térraba-Sierpe, het grootste mangrovegebied van Costa Rica, bij de monding van de Sierpe-rivier op weg naar Drake Bay. Daarom is het nemen van deze boot bijna een activiteit op zich, ook al is het technisch gezien transport van a naar b.
Het Nationaal Wetland Térraba-Sierpe is met bijna 30.700 hectare niet alleen het grootste mangrovegebied van Costa Rica, maar van heel Midden-Amerika, en werd in 1995 aangewezen als beschermd gebied. Het ligt in het stroomgebied van de rivieren Sierpe en Térraba, in het zuiden van de Pacifische kust, met de rivier de Térraba als belangrijkste aanvoerder van zoet water voor het hele estuarium — een rivier die vanaf de bergen bij Cerro de la Muerte meer dan 160 kilometer aflegt voordat hij uitmondt in de Bahía Coronado. Mangrovebos beslaat verreweg het grootste deel van het gebied, en het wetland vormt een belangrijke ecologische schakel tussen Nationaal Park Corcovado, het bosreservaat van de Golfo Dulce en Nationaal Park Piedras Blancas.
Onder water en langs de oevers is de rijkdom aan leven groot: naast vis, schelpdieren en schaaldieren vind je er ook oesters zoals de chucheca en de piangua. Aan de randen van het wetland leven bovendien brulapen, witkopkapucijners en doodshoofdaapjes, krokodillen en kaaimannen, en een grote variëteit aan trekvogels en standvogels — wat Térraba-Sierpe niet alleen tot een kraamkamer voor zeeleven maakt, maar tot een van de meest soortenrijke natuurgebieden van het land.

Strandleven
Niet al het kustleven van Costa Rica leeft onder water. Op het strand, tussen de rotsen en langs de kust vind je bijvoorbeeld talloze krabbensoorten die je bij eb tussen de rotsen en in het zand tegenkomt, bijvoorbeeld bij Playa Ventanas. Ook heremietkreeften zijn er in overvloed te vinden, herkenbaar aan het geleende slakkenhuisje waarin ze hun kwetsbare achterlijf verbergen. Zeevogels als pelikanen en fregatvogels horen eveneens bij dit kustecosysteem. Ook op het strand kun je dus rustig om je heen kijken om wilde dieren te spotten. Het is prachtig om de pelikanen in formatie over de palmbomen te zien zweven. Een ander gezicht is het wanneer ze zich op het water storten tijdens de jacht naar eten, zoals we in de regio van Brasilito zagen.

Waar zie je het beste zeeleven in Costa Rica?
Een kort overzicht van de bestemmingen die in dit artikel terugkomen:
- Golfo Dulce (Puerto Jiménez / Drake Bay) — walvissen, dolfijnen, hamerhaaien, mangroves
- Marino Ballena National Park (Uvita) — walvissen
- Isla del Caño (Drake Bay) — snorkelen/duiken: koraal, schildpadden, af en toe haaien en manta’s
- Bat Islands (Guanacaste) — duiken met bull sharks
- Catalinas (Guanacaste) — duiken met manta’s
- Isla del Coco — liveaboard duiken, hamerhaaien en walvishaaien
- Cahuita National Park (Caribische kust) — snorkelen tussen koraal, rifvissen en af en toe een haai of rog
- Ostional — Olive Ridley arribadas
- Tortuguero — Green Turtle nestelseizoen
- Térraba-Sierpe — mangroves
Benieuwd naar ander wildlife in Costa Rica? Bekijk het volledige overzicht van diersoorten in Costa Rica.

